Leiderschap

Er zijn veel verschillende manieren om leiding te geven, welke past het beste bij jou?

Leiderschap stijlen
– Autoritair: Jouw wil is wet, overlegd niet, zegt wat hij denkt.
– Consultatief: Vraagt om advies, neemt zelfstandig eindbeslissing.
– Participerend: Vraagt op advies laat deze meewegen, zorgt voor een goede begeleiding van personeel.
– Democratisch: Iedereen heeft een stem in de besluitvorming, omdat iedereen zijn stem telt is dit een goede motivator echter heb je niet altijd het voor het zeggen in je eigen onderneming.

Naast het kiezen van jouw stijl zal je deze functie moeten verdienen in de ogen van je medewerkers dit kan oa door:
– Kennis (wanneer je iets aan iemand leert zal deze automatisch luisteren).
– Inzet (een fulltimer word sneller naar geluisterd naar parttimer).
– Natuurlijk aanzien (charisma, luisteren, leeftijd verhogen dit).
– Duidelijk communiceren.
– Voorbereiding (wanneer je weet wat de bedoeling is van de dag en jij verteld dit zal je volgers krijgen).

Hiernaast zullen andere kenmerken helpen bij het krijgen van de leiding.
– Onderscheiden door
o Kleding
o Stemgebruik

Je bent nu manager van het restaurant wat word er van je verwacht?
– Geef het goede voorbeeld.
– Komt op tijd.
– Je zorgt voor een dagelijkse bedrijfsvoering.
– Je maakt van jouw werkteam een team.
– Zegt van je doet, en doe wat je zegt.

Dagelijkse bedrijfsvoering:
Leiding van het restaurant.
Organiseren van de dienst.
Openen/sluiten.
Kassa verantwoordelijk.
Aansturen personeel/feedback geven.
Instructie geven medewerkers.
Een host zijn.
Klacht afhandeling.

Periodiek:
Kaart uitleggen.
Leerlingen helpen bij hun introductie.
vergadering organiseren/notulen.
Organiseren van evenementen.
Sollicitatie gesprekken.
Beoordelings- functioneringsgesprekken.

Het starten van de dag:

– Kijk in het reserveringsboek.
– Maak een seatinglijst.
– Controleer het restaurant inventariseer werkzaamheden/taken.
– Vraag aan keuken docent de daggerechten en bijzonderheden.
– Weet zelf de kaart uit je hoofd zodat je deze altijd kan uitleggen.
– Vraag aan de bedieningsdocent wat er nog meer gedaan moet worden.
– Organiseer de dienst.
– Houdt een postshift (voorbespreking).
– Geeft leiding tijdens de voorbereiding en uitvoer/werkt zelf mee.
– Noteert opvallend heden.
– Sluit de kassa af.
– Houdt een opbouwende nabespreking.

Hoe zorg je voor overzicht & structuur hoe ga je te werk:
Demonstreer = Laat zien hoe het moet zodat andere je voorbeeld kunnen volgen.

Constateer = je ziet wat er moet gebeuren.
Organiseer = verdeel de taken.
Delegeer = je geeft iemand anders een taak.
Activeer = je motiveert de medewerker de taak te doen.
Controleer = of de taak gedaan is.

Het geven van een instructie:
Instructie geven is een groot onderdeel van je functie in het proeflokaal.

Maar wat is de beste manier van het geven van een instructie? Daar zijn veel studies over geweest maar geen eenduidige manier voor. Wel zijn de studies er over eens dat werken volgens een vaste volgorde het beste werkt.

Voorbereiden

Beantwoord, voor een goede voorbereiding, de volgende vragen:

Tips bij het voorbereiden

Zorg dat de uitvoer bestaat uit de volgende onderdelen: